Deelnemers aan het woord: “Ik voel een grote verantwoordelijkheid”
Wat is een goede ambtelijke dienst? En wat heb je vandaag gehoord dat jou verder helpt? We vroegen het vier deelnemers aan Wijs naar de wet.
“Burgers kunnen zich machteloos voelen tegenover de overheid”
Jolanda de Vries, strategisch adviseur corporate communicatie bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO):
“Een goede ambtelijke dienst moet niet alleen het maatschappelijk belang dienen, maar ook oog hebben voor de impact die hij heeft op het leven van mensen. In veel gevallen gaat dat goed, maar soms praten we als ambtenaren te vaak over mensen, in plaats van met ze.

Terwijl het heel gemakkelijk is om zo nu en dan achter je bureau vandaan te komen om met mensen in gesprek te gaan. Zonder dat daar direct een aanleiding voor is. Gewoon eens vragen: hoe gaat het met je? Wat zijn je zorgen? Niet om direct beleid aan te passen, maar om als ambtenaar het gevoel te houden: dit zijn de mensen die het effect voelen van de keuzes die ik maak.
Ondernemers kom je overal tegen. Ik wil graag oprechte interesse tonen in wat ze bezighoudt. Daardoor besef ik dat situaties vaak niet zwart-wit zijn: mensen zijn niet per se voor of tegen, maar ze hebben wel zorgen of zien kanttekeningen bij keuzes die worden gemaakt. Die kan ik niet wegnemen, maar ik kan wel luisteren en signaleren.
Het theater van de Joseph Wresinski Cultuur Stichting raakte me erg tijdens het congres. Het maakte heel invoelbaar hoe machteloos je je als burger kunt voelen tegenover de overheid. Er is zo’n grote ongelijkheid. Daar moeten we ons als ambtenaar elke dag bewust van zijn. Het brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee.”
“Mensen willen leiderschap en heldere keuzes”
Rieneke Boterenbrood, strategisch adviseur publieke dienstverlening bij Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND):
“Een goede ambtelijke dienst is betrouwbaar en dienstbaar. Je bent betrouwbaar als burgers weten waar ze aan toe zijn. Met dienstbaar bedoel ik dat je meedenkt met de burger, dat je iemand bijvoorbeeld even belt om te herinneren aan iets wat hij of zij moet doen. Maatwerk hoeft niet op gespannen voet te staan met rechtszekerheid. Maatwerk zit voor mij in het proces, niet in de uitkomst ervan. Het moet dus voor een beslissing niet uitmaken door welke ambtenaar je als burger geholpen wordt.

Ik werk nu een aantal jaren bij de IND en heb sinds kort menselijke maat in mijn portefeuille. Ik ben me nog volop aan het oriënteren op dit brede thema. Daarom wilde ik graag naar dit congres. Zo was ik bij het debat over de goede ambtelijke dienst. Dat vond ik een heel sterk debat. Het gesprek kwam op thema’s waar ik ook mee bezig ben.
We zien bijvoorbeeld dat het vertrouwen in de overheid daalt. Mensen willen een sterke overheid die leiderschap toont en heldere keuzes maakt. En dat staat op gespannen voet met de individualisering van de samenleving waar mensen vooral hun eigen belangen behartigd willen zien en weinig bereid lijken offers te brengen. De vraag is: wat verwachten we van de overheid en kan dat allemaal wel? Er is genoeg stof tot nadenken, mede dankzij het actuele en mooie programma. Heel goed om hier met elkaar over in gesprek te gaan.”
“De overheid moet beter zicht krijgen op wat mensen belangrijk vinden”
Martijn Grimmius, podcastmaker & senior communicatieadviseur bij communicatiepool van het ministerie van AZ:
“Ambtenaren ondersteunen allereerst de bewindspersoon, maar hebben tegelijkertijd een goede antenne voor wat er in de samenleving speelt. Alle inzichten delen zij met hun bewindspersoon, ook de kritische. Dat is lastig. Durf je je twijfel over een ingeslagen weg te uiten? Is daar ruimte voor? Het begint al in het team waar je werkt. Is daar de rust om je op gezette tijden af te vragen: zijn we nog met het goede bezig? Dat moet je echt inbouwen met elkaar. In the end beslist de bewindspersoon en voeren ambtenaren uit. Ook dát hoort bij een goede ambtelijke dienst, vind ik.

In de middag was ik bij de workshop over de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Deze methode kende ik nog niet. In een PWE-raadpleging gaan inwoners 20 minuten op de stoel zitten van een beleidsmaker, bestuurder of bewindspersoon. In een online omgeving komen verschillende opties voorbij waarop ze kunnen reageren, en ze kunnen ook zelf ideeën aandragen. Volgens mij een heel mooie methode om burgers te betrekken bij het maken van nieuw beleid en om de stem van het stille midden beter te horen.
Dat speelt ook bij het beleidsterrein waar ik nu zelf mee bezig ben: betaalbare huur. Belanghebbende partijen hebben zich verenigd en laten zich horen, terwijl de mensen om wie het gaat - de huurders - zich minder roeren als groep. Met een instrument als PWE kunnen we nog beter zicht krijgen op wat zij belangrijk vinden en hun belangen goed meewegen. Goed om met elkaar hierover het gesprek te voeren en ideeën uit te wisselen. En het dan ook gewoon te gaan doen.
Het verder brengen van goede ideeën voor de publieke dienstverlening loopt als een rode draad door mijn werk bij de overheid. Samen met Otto Thors maak ik de podcast ‘De Publieke Ruimte’ waarin we met professionals van de Rijksoverheid kijken hoe de publieke dienstverlening in ons land beter kan. Ook deze bijeenkomst was weer een bron van inspiratie.”
De Publieke Ruimte | Podcast on Spotify en De Publieke Ruimte op Apple Podcasts
“We hebben bij de overheid meer dienende bazen nodig”
Jasper Vos, programmamanager energietransitie bij provincie Drenthe:
“Een goede ambtelijke dienst heeft voldoende kennis en kunde om de politiek te kunnen adviseren. En voldoende zelfbewustzijn om zich te realiseren dat hij een pilaar is onder het openbaar bestuur. Door personeelstekorten en -wisselingen en door de grilligheid van de politiek komt het ambtelijk advies echter regelmatig onder druk.

Ik ben er een groot voorstander van dat het ambtelijke advies een verplichte bijlage wordt van een politiek besluit. Zo ben je minder gevoelig voor de grillen van bewindspersonen die zich door de media of hun onderbuik laten leiden. We horen bestuurders nu te vaak achteraf zeggen: ‘Dat heb ik nooit geweten’, of ‘Dat is mij niet zo scherp gezegd’. Daar moeten we vanaf. Een politicus mag afwijken van ambtelijk advies, maar dat moet hij of zij wel kunnen motiveren. En zich ook achteraf verantwoorden.
Bijna alle deelnemers aan het debat tijdens Wijs naar de wet verbaasden zich erover dat - voordat een regel wordt geïmplementeerd - de belangrijkste vraag bijna nooit wordt gesteld: ‘helpt deze regel de eindgebruiker in z’n leven of werk?’. Dat is toch vreemd. Er vindt geen uitvoeringstoets plaats. Regels zijn er om mensen te helpen en als ze niet werken, moet je er gelijk mee stoppen. Al zijn de bedoelingen nog zo goed.
Tijdens het congres werd me weer duidelijk: er zijn zo veel mensen die met hart en ziel in het openbaar bestuur werken. Zij zijn zeer gemotiveerd om er kwaliteit en kleur aan te geven. Dat vond ik heel mooi en tegelijkertijd ook droevig. Want de bazen ontbreken. Als we echt vooruit willen, dan hebben we andere, meer dienende bazen nodig die weerbaar zijn tegen politieke grillen. Die het aandurven knetterende inhoudelijke ruzie te hebben en hun rug recht houden: ‘Bestuurder, ik heb u gehoord maar ik ga dat niet doen, want dat heeft een desastreuze uitwerking op de gezondheid van mensen.’ Er is leiderschap en moed nodig om dat ambtelijk advies daadwerkelijk zo stevig neer te zetten.’