Debat: Wat is een goede overheid? En een goede ambtenaar?

De overheid moet beter, hoor je vaak. Meer gezag, meer oplossend vermogen, meer menselijke maat. Maar verwachten we niet te veel van de overheid? Wanneer is de overheid ‘goed’ – of in elk geval goed genoeg? Deze vraag was onderwerp van een debat tijdens Wijs naar de wet 2024.

Bij Dialoog & Ethiek weten ze dat veel ambtenaren rondlopen met ‘morele buikpijn’. Bijvoorbeeld omdat in de uitvoering of bij het uitwerken van een regeling blijkt dat de gevolgen voor mensen anders uitpakken dan gedacht. Het geld komt niet op de juiste plek terecht of wordt volgens sommigen ‘over de balk gesmeten’. Denk aan de herstelbetalingen aan toeslagenouders en Groningers.

Zichtbaar

De vraag naar wat een goede overheid doet is dus actueel. Ambtenaren willen daar graag met elkaar en de samenleving over in gesprek, zo bleek opnieuw tijdens Wijs naar de wet. Niet alleen over hoe maar ook over waarom en waartoe. Over instrumentele en intrinsieke waarden, en over hoe je deze meer zichtbaar kunt maken. Zodat ieder weet waarop je die overheid kan aanspreken.

Een aantal denkers van binnen en buiten de overheid is door Dialoog & Ethiek gevraagd om een essay te schrijven over ‘de goede overheid’. Tijdens het debat op 23 april namen enkelen van hen daarop een voorschot. De bundel verschijnt dit najaar.

Vergroot afbeelding De panelleden in debat
Beeld: Peter Venema

Waarden

De debaters mogen van gespreksleider en schrijver-journalist Marcia Luyten eerst een belangrijke waarde voor de overheid noemen. Voor Jozef Waanders, strategisch adviseur bij het ministerie van BZ, is dat dienstbaarheid. Voor Boudewijn Steur, directeur bij het ministerie van BZK, is het belangrijk dat de overheid rechtmatig, betrouwbaar en resultaatgericht is. Voor rechtsfilosoof Afshin Ellian staat rechtszekerheid voorop, en het vermogen om verantwoordelijkheid te nemen. NSC-Kamerlid Faith Bruyning tot slot legt de nadruk op wederzijds vertrouwen en zelfreflectie. “En dat graag voortdurend, en niet pas als er fouten zijn gemaakt.”

Verbeelding

We noemen vooral instrumentele waarden, valt Jozef op. Is er een crisis in de verbeeldingskracht als het gaat om waar de overheid voor staat? Boudewijn vindt instrumentele waarden als rechtvaardigheid en effectief omgaan met gemeenschapsgeld belangrijk, maar mist net als Jozef intrinsieke waarden. “Nu lijken er in overheidsgebouwen vooral klokken te hangen, dat geeft nogal een eenzijdig beeld.” Afshin zou graag weer muurschilderingen zien van deugden en helden. “We zijn het verleerd om daarover te praten en ze te verbeelden. Kijk naar dit gebouw met de kale wanden. Dat is neutraal, maar ik vind het afschuwelijk. Waar zijn de Da Vinci’s van deze tijd? De neutraliteit is doorgeschoten, er mist een verbindend verhaal.”

Een gesprek met de samenleving is daarvoor belangrijk. Een taak voor de politiek, maar misschien ook voor de ambtenaar? Faith vindt het een no-brainer: “Natuurlijk moet die ook in gesprek met de burger, je wilt toch weten of je beleid doet waarvoor het bedoeld is? Essentieel voor een goede uitvoering.” Boudewijn is het eens: “Ambtenaren moeten adviseren voor de lange termijn, en dat vraagt goed inzicht in wat mensen willen. Dat moet de overheidsgebouwen in worden getrokken.”

Vergroot afbeelding Debat
Beeld: Peter Venema

Openbaarheid

Het belang van een openbaar debat staat buiten kijf. Hoe bewaak je die openbaarheid in deze tijd van sociale media? Jozef: “We hebben veel openbaarheid, maar deze wordt door individuen geclaimd om hun eigen identiteit uit te leven. Niet ten behoeve van een gemeenschappelijk belang.” Afshin ziet juist een roep om meer privacy. “Minder openbaarheid vergroot echte openbaarheid. Absolute transparantie kan een goede belangenafweging ook in de weg staan.”

Je ziet vaker dat in Kamerdebatten ambtenaren met naam en toenaam worden genoemd. Kritiek op het werk van ambtenaren mág, vinden de vier. Maar, zegt Faith, de reactie is vaak krampachtig. “We moeten beseffen dat iedereen fouten maakt, ook ambtenaren. We zijn allemaal mensen.” Dat gaat dus twee kanten op. “We moeten ook bedenken of we niet te veel vragen van mensen die voor hulp aan een overheidsloket komen. Mogen die zich een foutje permitteren?”

Tegenspraak

Wat als je als ambtenaar een opdracht van de politiek krijgt die indruist tegen jouw gevoel voor wat goed is? Afshin: “Voor mij betekent ambtenaar zijn jezelf wegcijferen. Natuurlijk mag je anders adviseren, maar aan het eind van de dag moet je mee in het besluit dat de politiek neemt. Maar je moet als ambtenaar wel de gerechtigheid bewaken. Als dat niet lukt, kan je beter opstappen en lid worden van een politieke partij.” Boudewijn: “Wat het lastig maakt is dat we vaak geen gezamenlijk beeld lijken te hebben van wat goed is.”

Actueel is ook de vraag in hoeverre een ambtenaar zijn mening mag uiten. Mag je met een spandoek voor je ministerie gaan staan? Afshin: “Ik vind het te makkelijk. De afwegingen zíjn complex. Een minister moet niet hoeven twijfelen aan de inzet van diens ambtenaren.” Boudewijn: “Je moet zuinig zijn op je neutrale positie als ambtenaar. Als burger kan je natuurlijk wel demonstreren.” Faith: “Ik zie het vooral als signaal dat er intern te weinig ruimte is om je uit te spreken.”

De burger

Minister, burger, ambtenaar. Faith benadrukt nogmaals dat we allemaal mensen zijn. “Als we dat onthouden, zijn we al een heel eind.”  Tegelijkertijd zijn de rollen relevant, reageert Boudewijn. Spreek je als burger of als ambtenaar? Jozef ziet hoe individualisering en algemeen belang schuren. “Zijn we bereid om individuele offers te brengen?” Ook Afshin en Boudewijn zien de gemeenschappelijkheid als de grote uitdaging van deze tijd. Hoe bouwen we met elkaar aan één publieke ruimte? Het zijn vragen die duidelijk maken hoe hard een gesprek met de samenleving nodig is. Over offers, rollen, waarden – en over een goede overheid.