Interview Jacqueline Lycklama à Nijeholt: “Het kost tijd, maar ik geef niet op”, een warm pleidooi voor morele ruimte

Jacqueline Lycklama à Nijeholt (1967) is een van de circa driehonderd leden van de community van gespreksleiders Dialoog & Ethiek binnen de rijksdienst. Zelf werkt ze al sinds haar dertigste in de ‘migratieketen’: eerst bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers en sinds 2008 bij de Dienst Terugkeer en Vertrek. In haar organisatie was ze onder andere tot voor kort als vertrouwenspersoon actief. Nu heeft ze een formele opdracht om onderzoeksgesprekken en dialogen over de menselijke maat in het werk te organiseren en begeleiden. Mijn eerste vraag is hoe ze in dit vak is gerold?

Vergroot afbeelding Jacqueline Lycklama à Nijeholt
Jacqueline Lycklama à Nijeholt

“Al mijn hele leven ben ik bezig met vragen, op avontuur gaan en onderzoek doen. Daarin heb ik geleerd dat alles wat ik weet, of tijdelijk weet, voortkomt uit ervaring. Ik wil zelf ontdekken hoe ik denk en doe. Daarbij spelen relaties met anderen altijd een rol. Noem het een zoektocht naar betekenis. Die kost veel tijd. Gelukkig heb ik geduld en geef ik niet snel op. In mijn filosofiestudie heb ik de kennis en vaardigheden opgedaan om ook anderen in hun zoektocht naar betekenis te steunen.”

Gespreksverzoeken uit alle hoeken

“Mijn meesterproef voor de master Toegepaste Filosofie gaat over de menselijke maat in de migratieketen. Wat betekent het voor medewerkers in de keten om daar oog voor te hebben, en die menselijke maat toe te passen? Door dat afstudeeronderzoek heb ik het vak gevonden waar ik altijd naar op zoek ben geweest. En het leuke is dat er behoefte is aan dat vak! Verzoeken om gesprekken te begeleiden bereiken mij vanuit de hele migratieketen: het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV). En via het programma Dialoog & Ethiek ook vanuit andere plekken in de rijksdienst. Zo heb ik gespreksleiders al getraind in het ‘Kralenspel op maat’ dat ik heb ontwikkeld. Dat is een meer op de taal van de overheid toegesneden vorm van het kralenspel van Jos Kessels, die een van mijn begeleiders was op de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. Zowel zijn versie als de mijne is een heel methodische manier om een moreel vraagstuk uit te pluizen.”

Mensgerichter

“Als ik terugkijk zie ik dat er binnen mijn organisatie, de Dienst Terugkeer en Vertrek, nu meer ruimte is dan vroeger om na te denken over moraliteit en de menselijke maat. In het begin was de uitvoering strikter dan nu. Dat heb ik soms best lastig gevonden. Maar naarmate de organisatie diverser is geworden, zijn we gelukkig veel meer met elkaar in gesprek geraakt over onze praktijk. Zelf heb ik vanaf het begin altijd al de ruimte gezocht binnen de regels. Ik had geduld en wilde mezelf, ook toen het nog strikter was, de gelegenheid geven om mijn eigen manier te vinden. Daardoor kwam ik gaandeweg met zaken in aanraking waarin meer gepionierd moest worden. Ik kreeg bijvoorbeeld dossiers van mensen die niet meer in een asielzoekerscentrum woonden, maar door gemeenten werden opgevangen. Omdat ook voor die mensen kennis van wet- en regelgeving belangrijk is met betrekking tot hun procedure, voerde ik als medewerker van de Dienst Terugkeer en Vertrek gesprekken met zowel de asielzoekers als met gemeenten en met wie er allemaal nog meer bij betrokken waren. Deze mensgerichte verkenning droeg bij aan een andersoortig gesprek, zonder de wet- en regelgeving uit het oog te verliezen. Filosofie heeft me daarbij bewust dan wel onbewust erg geholpen.”

Cultuurschok

“Een belangrijke bron voor hoe ik in het leven sta, ligt in mijn jeugd. Ik ben opgegroeid in de voormalige Britse kolonie Rhodesië, nu Zimbabwe. Toen ik negen jaar was, verhuisden we naar Nederland. Op mijn eerste schooldag hees mijn moeder me in een spijkerbroek, en ik geloofde gewoon niet dat ik zo naar school mocht! Want waar ik opgroeide was het onderwijs op Engelse leest geschoeid. Elke dag zag ik weer uit naar het heerlijke moment dat ik mijn uniform kon uittrekken en buiten kon gaan spelen. Het lijkt een klein voorbeeld, maar het staat voor de diepte van de cultuurverandering die ik doormaakte. Ik moest ook de taal hier leren, niet alleen Nederlands maar ook Fries. Mijn reactie op al dat nieuwe was dat ik mezelf een beetje opsloot. Ik was op zoek naar houvast. Ik wilde uitvinden hoe het allemaal werkte. Maar achteraf ben ik heel blij met die grote verhuizing van de ene naar de andere cultuur in mijn jeugd. Ik heb er zoveel van geleerd. Daar pluk ik nog steeds de vruchten van in mijn werk: ik wil weten hoe de cultuur werkt, waarom de dingen lopen zoals ze lopen.”

De filosofie ingezogen

Pas een jaar of tien geleden ben ik voor dat soort vragen in de filosofie gaan gedoken. Dat kwam ook omdat van mijn opleiding Sociaalpedagogische hulpverlening juist de colleges filosofie me altijd waren bijgebleven. Maar het momentum kwam voor mij pas twaalf jaar geleden, na het overlijden van mijn vader. Ik liep toen rond met grote vragen over de zin van het leven. En wilde daarover liever met een filosoof praten dan bijvoorbeeld met een psycholoog!”

“Vanaf die tijd heb ik me naast mijn werk verder verdiept in de filosofie en ben ik er steeds meer ingezogen. Eerst volgde ik modules op de Open Universiteit, toen de opleiding filosofisch practicus op de Internationale School voor Wijsbegeerte. Daar leerde ik om filosofische  één op één gesprekken te voeren, waarna ik mijn eigen praktijk ‘Nieuweschoolweg’ startte in 2019. Maar ik wilde nog verder leren. Ik wilde filosoferen met teams, met groepen. Toen stuitte ik op de master van de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. En dat viel in tijd samen met veranderingen binnen rijksoverheid. Er kwam meer aandacht voor het thema menselijke maat, zowel voor burger als voor medewerkers. Mijn leidinggevende juichte toe dat ik deze opleiding ging doen, omdat zij begreep dat ik daarmee een bijdrage kon leveren aan die verandering.”

Het gaat niet om de retoriek van de sterkste

“Ik hoor natuurlijk ook kritiek op de filosofische werkwijze. Critici zeggen dat vragen stellen te veel vertraagt, dat je er niet verder mee komt. Maar ik zie juist het tegenovergestelde gebeuren. Je vertraagt en dan hoor je opeens hoe andere mensen denken, maar ook hoe je zelf denkt. Zo ontstaat zelfkennis en begrip en daarmee kom je veel sneller verder. Wat ik ook tegenkom is dat mensen een verlies aan zekerheid en houvast ervaren. En het mooie van filosofie is dat het niet gaat over de retoriek van de sterkste maar om een gezamenlijk en gelijkwaardig onderzoek. Je mag het even niet weten om uiteindelijk tot een weten te komen, al is dat weten ook weer tijdelijk. Als je dan samen naar een specifieke situatie kijkt, kom je te spreken over verschillende waarden, waarin mensen een afweging moeten maken. Loyaliteit en collegialiteit komen bijvoorbeeld op gespannen voet met elkaar, als een collega jou in vertrouwen vertelt dat hij iets wil dat jij schadelijk voor de organisatie vindt.”

Recht en ethiek

“Een van de conclusies van mijn meesterproef is dat recht niet zonder ethiek kan. In het ‘Kralenspel op maat’ gebruik ik de woorden legaliteit en moraliteit. En andersom geldt dat net zo goed. Zonder wet- en regelgeving raken we onze oriëntatie kwijt, maar zonder een moreel kompas net zo goed. Die twee kunnen niet zonder elkaar.”

“In de gesprekken over menselijke maat in de migratieketen gaat het over zaken waarin de wet- en regelgeving niet toereikend is, niet beschikbaar is, of een onbedoeld effect heeft. Hoe dan te handelen? Mensen weten het vaak echt niet. Of komen juist tot een te snel oordeel op basis van een buikgevoel. Vaak is er ook een angst voor precedentwerking. Die angst hoef je niet te hebben, want je doet gewoon je werk. Ik laat zien dat morele zelfkennis van ambtenaren nodig is voor het toepassen van een menselijke maat in je beslissingen. En die morele zelfkennis begint met een vragende, onderzoekende houding naar wie je bent, wat je herkomst is, binnen welke context je leeft en welke waarden je aanhangt. Je ontdekt waar je staat. Dat vergt moed. Ik pleit voor vrije ruimte binnen organisaties, waarbinnen ambtenaren hun professionaliteit kunnen laten zien. Ik geloof oprecht dat daar langzamerhand meer ruimte voor ontstaat. Dat de moraliteit op tafel mag komen.”

Over moed gesproken

Nu we het over moed hebben, wil Jacqueline nog iets anders kwijt. “Ik ben ook door mijn voormalige rol als vertrouwenspersoon steeds meer gegroeid naar organisatievraagstukken, de zorg voor medewerkers. Mensen voelen ook dat ze moed nodig hebben om anders te denken en hun stem te laten horen. Dat snap ik, ik vind het ook spannend om dingen aan de orde te stellen. Omdat ik met veel mensen praat, zie ik waar behoefte aan is, waar het mis gaat.”

“Als je een inbreng of vraag ‘tegenspraak’ noemt geef je het meteen een lading, terwijl het gewoon je werk is op basis van je ambtseed. Daar zou je dus geen extra moed voor nodig moeten hebben. Gelukkig ken ik mezelf nu goed genoeg om te weten dat het mij tijd kost, maar dat ik niet opgeef.”

Uil en mol

Uil: ‘Wat ben je aan het doen?’
Mol: ‘Ik ben aan het zoeken’
Dat zie ik. Waarnaar?’
‘De maat’
‘Welke maat?’
‘De menselijke maat’
‘Die zal je nooit vinden’
‘Waarom niet?’
‘Omdat je een mol bent’
‘Dan maar de dierlijke maat’
‘Die hoef je niet te zoeken’
‘Waarom niet?’
‘Die zit al in je’

(Jacqueline Lycklama à Nijeholt)

Vergroot afbeelding Uil en mol_Bernadette Vieverich
Tekening door Bernadette Vieverich

Caroline Wiedenhof - 2025