Column Matthijs van den Berg: Ben jij een actieve omstander?
Diep in mijn hart ben ik nog steeds de onderzoeker van vroeger. Wetenschappelijke artikelen doorgronden (kijk eerst naar de tabellen, lees nooit de samenvatting) vond ik heerlijk. En nog steeds kijk ik altijd eerst naar de cijfers en tabellen.

Diep in mijn hart ben ik nog steeds de onderzoeker van vroeger. Wetenschappelijke artikelen doorgronden (kijk eerst naar de tabellen, lees nooit de samenvatting) vond ik heerlijk. En nog steeds kijk ik altijd eerst naar de cijfers en tabellen.
Rapport integriteit Algemene Rekenkamer
Zo ook bij het onlangs verschenen rapport van de Algemene Rekenkamer over integriteit, de ‘ruggengraat van een betrouwbare en goed functionerende overheid’. Maar het is natuurlijk ook de ruggengraat van iedere ambtenaar, en van ieder mens. En wat vertellen de cijfers uit dit onderzoek? Men heeft 12 kerndepartementen onderzocht en 4500 rijksambtenaren geënquêteerd. Waarvan 1 op de 10 aangaf wel eens het vermoeden van een integriteitsschending te hebben gehad.
Schokkend
Ik vind dit veel, maar nog schokkender is dat slechts een kwart van hen dit ook formeel gemeld heeft. De overgrote meerderheid heeft dus wel iets gezien, maar het niet gemeld. Waarom eigenlijk niet? Ook daar is naar gevraagd. Wat bleek? Bijna de helft van de niet-melders zegt geen vertrouwen te hebben in een goede opvolging, 4 op de 10 voelde zich niet veilig om te melden en 3 op de 10 durfde niet vanwege mogelijke consequenties voor hun baan. En dat terwijl bijna alle ministeries integriteitsbeleid hebben. En vertrouwenspersonen. En meldprotocollen. In de woorden van de Rekenkamer: ‘We concluderen dat er een basisstructuur voor een goed integriteitsbeleid op de kerndepartementen aanwezig is.’
Waar gaat het mis?
Waarom werkt dit in de praktijk niet goed genoeg? Het antwoord is -denk ik- simpel: ‘culture eats structure for breakfast’ (vrij naar Drucker). De Rekenkamer noemt dit omfloerst: ‘toenemende aandacht voor de organisatiecultuur.’ Voor mij is dit volstrekt onvoldoende. Als de meldingsbereidheid zo laag is, is er iets goed mis in de organisatiecultuur. Dan is er geen vertrouwen, geen veiligheid, maar angst en onzekerheid. En dan hebben we nog veel werk te doen met elkaar. Ook dit is onderdeel van ambtelijk vakmanschap. De Gids Ambtelijk Vakmanschap geeft heel helder antwoord op de vraag ‘Wat kan ik als leidinggevende doen?’: ‘Regelmatig het gesprek organiseren (…). Wat is de norm, waar ligt de grens?’
Wat kun je zelf doen?
En op de vraag ‘Wat kan ik zelf doen?’:‘Je durven uitspreken als je vindt dat iets niet integer is.’ En: ‘Anderen aanspreken op gedrag dat niet oké is. Heb het dan over het handelen en gedrag dat je ziet, niet over de persoon.’ Misschien is het tijd voor een verplichte ‘actieve omstanderscursus’ voor alle rijksambtenaren? Weet jij eigenlijk waar je terecht kunt als je niet-integer gedrag ziet op je werk? En wat zou je doen? Zelf aanspreken, elders melden, of geen van beiden? Het is belangrijk om je uit te spreken. Want zoals Ien Dales al zei, een beetje integer bestaat niet. En doe bij twijfel de treintest: ‘Alles wat je niet hardop in een volle treincoupé durft te roepen, is niet integer.’
Over de auteur
Matthijs van den Berg schreef deze column naar aanleiding van het lezen van het rapport over integriteit.. Matthijs werkt als directeur voor de Inspectie van het Onderwijs. Daarnaast leest en schrijft hij ook graag. Onderwerpen als ambtelijk vakmanschap, publiek leiderschap en maatschappelijke vraagstukken spreken hem erg aan.
Dit is zijn derde column voor Grenzeloos Samenwerken; zijn tweede column vind je hier: https://tinyurl.com/aw8z2e9m